Tekst R. Posthumus, wethouder Blaricum
23 januari 2012, Commissie Mobiliteit & Wonen

Voorzitter, even een huishoudelijk woordje voorafje: de tekst van dit inspreken heeft uw griffier per e-mail ontvangen. Uw griffier heeft inmiddels ook een brief van ons college ontvangen, gedateerd 18 januari. Ik neem aan dat de inhoud van deze brief bij u allen bekend is. 

Het is goed, voorzitter, om als bestuurder van ons dorp Blaricum met u te kunnen spreken over de HOV. En over de gevolgen hiervan voor ons dorp.

De voordelen van hoogwaardig openbaar vervoer zijn onmiskenbaar en worden door het bestuur van Blaricum onderschreven. Daarover kan en mag geen misverstand bestaan.

De impact van een vrije busbaan op ons dorp is in de besluitvorming als “minder relevant” terzijde geschoven. Tot nu toe althans.
Prioriteit hebben gekregen de criteria die de Provincie hanteert voor HOV: zaken als rijsnelheid, vervoerwaarde, comfort.
De criteria waar het in onze dorpse samenleving om draait: de leefbaarheid, lucht en geluid, aantasting groen en de invloed op de directe woonomgeving hebben geen enkel gewicht gekregen in de besluitvorming. Dat gebrek aan draagvlak is, als je grote dingen in de samenleving wilt realiseren, opmerkelijk.

Voorzitter, één van de argumenten vóór de keuze van het tracé door Bijvanck en Blaricummermeent is geweest dat het later deel zou gaan uitmaken van de busverbinding Almere – Utrecht.
Als ik goed ben geïnformeerd, rijd deze zomer al een snelbus tussen Almere en Utrecht Uithof. Een snelle verbinding met de universiteit. Met één stop: Blaricum carpoolplaats.
Dus daarvoor hebben we dit tracé in elk geval niet nodig, de huidige 320 sluit blijkbaar prima aan.

Voorzitter, ik wil het met u en de leden van uw commissie NIET hebben over het feit dat het opmerkelijk is dat andere gemeenteraden eerder een besluit hebben genomen voor het Merktracé en NIET voor het huidige voorkeurstracé.
Het is aan uw commissie om de legitimiteit van de democratische besluitvorming te waarborgen.

Evenmin wil ik met u spreken over het feit dat het verkeerskundig onderzoek van AGV Movares niet is opgenomen in de u toegezonden informatie en ook geen rol heeft gespeeld in de besluitvorming tot nu toe.
Laat staan dat ik met u zou willen praten over de positieve effecten van de groene golf op het Merktracé.
Dat kwam allemaal aan de orde toen u onze gast was in Blaricum.

Ik wil het met u hebben over de kosten van 18 mln voor dit stukje van het tracé, voor een bus die straks in 7 minuten van Huizen naar Blaricum Carpoolplaats moet zijn.
Nu, vandaag en al vanaf deze zomer, rijdt de R-Net bus 320 over het Merk en de Randweg mee met het overige verkeer. Tot volle tevredenheid van vele passagiers. Zonder overlast, zonder vertraging, zonder complicaties.
En nog zonder de groene golf rijdt deze bus daar 8 minuten over. U en ik zijn het met elkaar eens dat dit zogenaamde meerijden niet zo desastreus slecht is als wordt voorgesteld. En dat is het op andere delen van het tracé, waar ook wordt meegereden, straks blijkbaar ook niet.

Voorzitter, ik begrijp het gewicht, het belang van een coalitieakkoord. Ik respecteer dat er afspraken zijn gemaakt tussen partijen. Ik wijs u erop, met grote nadruk, dat nieuwe inzichten zoals het verkeerskundig onderzoek en de effecten van de groene golf, op het moment dat het coalitieakkoord werd geschreven, nog niet op tafel lagen. Nieuwe inzichten kunnen leiden tot nieuw nadenken, tot wijsheid in uw besluitvorming.

U en ik zullen het trouwens direct met elkaar eens zijn dat de mate van gedetailleerdheid van deze 2 kilometers  in het tracé een bijzondere is. Ongeëvenaard zou ik willen zeggen. Op geen ander punt van het tracé Huizen – Hilversum wordt in het coalitieakkoord zo nauwkeurig aangegeven hoe de bus moet rijden.

Waar ik naar toe wil is dit:
De kaders voor de HOV zijn voor ons duidelijk: een exploitabele, snelle, betrouwbare verbinding door Blaricum.
Als we er in Blaricum in slagen aan die kaders, die randvoorwaarden te voldoen, dan is het goed.
HOE we dat doen is ONZE verantwoordelijkheid. Daarop kunt u ons aanspreken.
Dat is de verantwoordelijkheid leggen waar die hoort. Dat is je als Provincie beperken tot je kerntaken. En die kerntaak is NIET het aantasten van onze leefbaarheid, terwijl er een minder belastende variant voorhanden en nu al optimaal in gebruik is. Maar die kerntaak is het doen realiseren van een goede hoogwaardige OV-verbinding.

Voor de goede orde tenslotte: hoe we verder gaan, ook in deze kwestie heeft het hoogste gezag in onze gemeente het beslissende woord.

Deel dit artikel via: